Even eruit naar Sumbawa
Door: Roderick C. Wahr
SUMBAWA - 26 December 2002
Tweede Kerstdag, Donderdag 26 December. De frisse ochtendgeuren, na een weldadige regen de avond tevoren, vulden de luchtwegen naar onze longen en streelden gaandeweg onze gevoelige neusvleugels; en een paar van Rena's schelpen bleken bewoners met pootjes te hebben en waren van de veranda afgelopen onder het huis door. Rena beschuldigde mij dat ik haar tevoren niet had gewaarschuwd. We hadden ons voorgenomen ons niet meer triest te gaan voelen. We zouden iets gaan doen wat ons afleiding zou bezorgen. Kerst of geen kerst, we want to have fun. En ~seashell~ zette zelfs tijdlijk het verlies van haar nieuwe adopties opzij.

Sumbawa paarden op weg naar Poto
|
We besloten dus om naar Poto te gaan. Poto is een dorp dat een stuk binnenslands ligt, ca. 30km verderop. Het is een klein traditioneel dorp waar men nog kleden weeft met oude weefgetouwen. De kleden die men maakt hebben specifieke Sumbawa motieven en kleuren. Goudgeel en rood zijn de primaire kleuren van de Sumbawa traditionele kledij. De mannen die op z'n Zondags gekleed zijn in traditionele kledij dragen een korte sarong van verscheidene soort, meestal donker van kleur, en hebben een gele sjerp en een soort hoed van een gewikkeld kleed om het hoofd dat aan de voorkant naar boven toe spits eindigt. Verder hebben ze een ontbloot bovenlijf. De vrouwen dragen lange sarongs met specifiek Sumbawa motieven. De kleuren die men meestal draagt zijn overwegend Rood, donker purper en/of donker bruin. De motieven zijn vertikale lijnen van verschillend grillige vorm. Men maakt ook egale kleden van diep donker blauw/paars. Het garen wordt meestal gekocht in Lombok (gouddraad) en ook met de hand gesponnen. De kleuren worden aangebracht door middel van verschillende natuurlijke plantensoorten.

Rena bewonder Sumbawa weefsels
|
Natuurlijk gingen wij op de motor naar Poto! Rena in lange broek en korte mouwen (na tevoren zich te hebben ingesmeerd met zonnebrand olie) en ik lekker sportief met m'n strakke zwarte T-shirtje met heel korte mouwen en jeans, kon ik er lekker macho uitzien op de motor. Oei! Had ik maar wat bescheidener gedaan. Vlak aan de rand van Sumbawa trachtte ik mijn meesterschap over de motor te tonen aan Rena. Met gezwinde snelheid en uiterste elegantie gleed ik door de bochten. Met iets minder elegantie slipten we in een grote bocht bijna de goot naast de weg in. Rena vroeg me kalm maar heel nadrukkelijk om het verder maar op iets sneller als stapvoets te houden. Ze was een aantal jaren geleden al eens in de djoerang terecht gekomen met de motorfiets, die toen door mijn neefje was bestuurd.
De tocht buiten Sumbawa duurde langer dan ik dacht, komt omdat ik natuurlijk een paar keer verkeerd was afgeslagen. Midden in niemandsland tussen dorpjes in zie je alleen maar bomen en velden links en rechts en af en toe wat kleine weggetjes naar links of naar rechts. Natuurlijk zijn er geen bordjes met pijltjes, zou te gemakkelijk zijn, en trouwens dat kost geld. Na verloop van tijd weet je niet meer waar de zon op komt, want die stond pal boven je hoofd te schijnen.
Nou ja, we gingen ongeveer richting het dorp Moyo, wat een groter dorp is en waar je af en toe een bordje voor vond. In ons geval wees zo'n bordje soms vooruit en soms ook terug. Was ik weer eens afgedwaald.
Maar onderweg hebben we wel genoten van de omgeving. Weinig verkeer op de weggetjes en een verademing om de velden en bossen om ons heen te zien, en dat in een lekkere warme omgeving. De zon scheen aardig strak, maar op de motor, met de wind in je haren, voel je daar niets van hogerop in het berglandschap. Onderweg kwamen wij witte Sumbawa ponies tegen, her en der verspreid in het landschap en langs de weg. Af en toe zijn we afgestapt om e.e.a. op video vast te leggen voor het nageslacht. We kwamen wat kleine dorpjes voorbij en reden tot onze verassing ineens het dorp Moyo binnen. Wel verwarrend hoor, je hebt op Sumbawa een eiland Moyo en ook een dorpje Moyo op het vaste land. In het dorp Moyo vroegen we de richting van het dorp Poto en dat was gelukkig niet ver weg meer. We reden ineens goed en Poto voorbij. In het volgende dorp (ben de naam vergeten) kwamen wij erachter en reden toen weer op ons gemakje terug.

Traditioneel Sumbawa kleed
|
Poto is een klein dorp met traditionele Sumbawa huisjes. De huisjes zijn van hout, en soms met een betonnen fundering. De huizen staan op palen, ongeveer 150cm - 175cm van de grond. Onder de huizen is hetzij een opslag voor van allerlei of een veestapeltje van geiten, kippen en al datgene wat men nodig vindt om zich in leven te houden. Natuurlijk is onder de huizen ook een uitstekende plaats voor kinderen om te kunnen spelen.
De huisjes staan los van elkaar, en men heeft er niet de drang om voor tuinman te willen spelen, geen tuintjes dus. Aan de wegkant is af en toe een schuttinkje om de weg te scheiden van het erf. De erfjes zijn niet noemenswaardig groot, en je treft daar regelmatig een waterput op aan of een of andere voliere met vogels. De kippen lopen er vrij rond, dus ik neem aan dat eenieder wel weet welke kip van wie is. De weggetjes in het dorp zijn traditioneel en niet geasfalteerd en kunnen met pijn en moeite een auto doorlaten, die zag ik dan ook nergens.
We vroegen ter plekke aan een meiske, met etenswaren op een rieten dienblad bovenop haar hoofd, waar wij de traditionele kleden en weefgetouwen konden vinden. Nou, dat was 30 meter verderop, op een hoekhuis op palen, en daar woonde de Kepala Desa (dorpshoofd). Deze (mevrouw, bleek dus) beheerde de verkoop van de kleden. Mensen in het dorp hadden een weefgetouw onder het huis (waar een ruimte voor was gecreeerd, als het regent word je niet nat) waar ze elk onafhankelijk de kleden weefden (woven?). Lekker open en luchtig dus. Doornroosje zat in een bedompt kasteel. Als er weer eens een kleed klaar was (duurt soms een maand), dan bracht men dat bij de Kepala Desa, die het dan aan bezoekers toonde. Dit garandeert de Kepala Desa natuurlijk ook een extra inkomen, wat heel plezierig is voor de K.D., en de maker hoeft dan niet meer ingewikkeld zijn eigen waren aan te prijzen (malu toh, om te seggen: adoeh ik al so lang gewerkt, straks jij denken ik sombong... voor veel geld te frahen).

Aan het weefgetouw
|
De Kepala Desa liet ons allerlei motieven zien en Rena zat een beetje kwijlend te kijken naar een paar prachtige kleden. Ze vond er eentje heel mooi, een fel gele sherp met helder rode biezen met gouddraad gestikt en kwastjes aan de uiteinden. Volgens de K.D. was de maakster daar een maand mee bezig geweest. Moest Rp.150.000 opbrengen. Ik moest bijna Rena's tong van de grond opscheppen terwijl ze naar het kleed keek. Uiteindelijk vond ze het toch een beetje zonde, hoewel.... Nou ja, ze heeft het niet genomen. Na allerlei verhalen van hoe hier geweven wordt en wie dat allemaal doet (de oudere vrouwen, want de kinderen gaan naar school of zijn te druk bezig om geld te verdienen en aan de familie inkomsten bij te dragen), hoorden wij dat de buurvrouw ook een weefgetouw had onder haar huis en dat we daar ook een kijkje konden nemen hoe zo'n kleed dan wel tot stand kwam.

Kinderen, net van school
|
Overigens, ik vond de huiskamer en slaapkamers van de Kepala Desa wel heel erg mooi. Alles was gemaakt van bamboe met donkere vernis. De vloer was van houten planken. De slaapkamers hadden geen deur maar elk had een handgemaakt wit kleed van een soort heel fijn borduurwerk met gaas ertussen.
Het borduursel was gemaakt in vorm van bloemmotieven. Helder, schoon wit. Daarachter kon ik de traditionele bedden zien, een bamboe of houten bed met matras en wit laken met witte kussens en goelings (rolkussen, of zoals de Engelsen zeggen 'Dutch Wife'???). Ik zie het al voor me: Ja, die Hollanders hebben de goeling uitgevonden want ze zaten hier alleen met niks om zich aan vast te klampen.

Rena bekijkt de huisvlijt
|
Bij de buurvrouw aangekomen konden we haar onder het huis aan het werk zien. Zij zat op een soort bamboe vloer dat ca. 20cm van de grond lag. Voor zich had ze een oud weefgetouw met allerlei draden waartussen ze met grote behendigheid gepolijste (door veel gebruik) latten doorhaalde en het garen van het kleed waar ze mee bezig was aansloeg. Een vrouwtje van ongeveer 65 jaar dat met gekruiste benen voor het weefgetouw zat op de vloer. Ze vertelde hoe ze het weven had geleerd van andere oudere vrouwen. De kinderen gaan naar school en kunnen dit niet. Soms komen ze wel langs om het te proberen, maar op dit moment helpen ze in het veld met het oogsten. Dat levert meer geld op, en ze zijn daar meer nodig. Ja, ze vond dit wel leuk, dat weven, het gaf haar wat te doen, het was creatief en geen zwaar werk. Al die tijd gingen haar handen automatisch door terwijl ze vertelde. Haar blik steeds gericht op het werk waarmee ze bezig was. Een rustige vrouw, helemaal in evenwicht met zichzelf en het leven.
Het is toch wel een gewaarwording om de eenvoud van het leven van zo nabij mee te maken. Weer buiten gekomen heb ik wat van de omgeving vastgelegd op de gevoelige tape en zijn we weer op onze brommer, eh pardon, motor gestapt op zoek naar de weg terug naar Sumbawa Besar. De weg die we opgingen was weer anders dan hoe we waren gekomen. Misschien ligt het wel aan de motor. Afijn, op een gegeven moment reden we weer door onbekende velden met bomen langs de kant van de weg en pats, daar stak een grote donkere waterbuffel bijna de weg over.

Karbouwen zoeken de koelte
|
Tot stilstand gekomen zag ik dat er direkt achter de bomen een water was waar waterbuffels zich op dit hete midaguur (ca. 13:30u) tegoed deden aan een lekker bad. Het is een mooi gezicht om die grote logge gevaarten (zo'n 30- tot 50-tal) in het water te zien liggen. Lui kwamen ze van het veld afgesjokt regelrecht het water in, waar ze dan in lagen met alleen hun horens, snuit en bovenkant van de rug zichtbaar. Ze zochten elkaar op en schuurden tegen elkaar aan alsof ze zeiden: siapa dulu dong! (wie denk je die dit bedacht heeft!). We hebben een tijdlang daar vertoefd, genietend van de natuur, kijkend naar hoe die beesten elkaar lagen te behagen. Het was op dat moment dat ik eens naar mijn macho armen keek, en die waren niet meer zo macho. Ze zagen er helder rood uit. Neen, niet gezond rood, eerder zo rood als een babi goeling (gespeende varken boven het rooster).
Ongehinderd door enige vorm van kennis stond ik er niet bij stil dat, hier, hoger in de bergen de zon veel feller op je huid terecht komt. En ik had dat ook niet gevoeld vanwege de wind die over mijn huid blies op de motorfiets. Oei! Ik kon me 'savonds al horen kreunen. Nu voelde het alleen maar warm aan, maar straks....
Nou ja, er hielp geen lieve moederen aan, we hadden geen reserve kleren met lange mouwen bij ons, en natuurlijk ook geen zonnebrand olie. Rena had zich tevoren ingesmeerd bij vertrek, maar ik hoefde zonodig niet want ik was toch immers macho-man!? De schrik sloeg me om het hart maar kon er toch niets meer aan doen.
Op de plof weer verder richting Sumbawa Besar.
We kwamen om ca. 14:30 aan in Sumbawa Besar met een honger die een waterbuffel niet kon stillen. Ik herinnerde me een eettent uit 1988, Aneka Rasa Jaya. Daar had ik toen van die lekkere kepitings (krabben) gegeten. Wij op zoek gegaan. In 1988 was het een kleine eettent, een ruimte van 7m x 5m, beheerd door een Chinese vrouw, een kennis van Pak Adi van Tirta Sari. Toen we het nu vonden, op een andere plek, was het een 2 verdiepings gebouw waar de omvang per verdieping 3x zo groot was. De dame had vast veel sukses met haar eten en ik verheugde me ontzettend op de gekookte krab straks. Niet! 'Er is geen krab' wist de mij onbekende dienster mij te melden. We hebben toen maar tjap-tjoi en foe-yong-hai met rijst besteld. Overigens heel erg lekker! Toen we wilden afrekenen aan de balie zat daar die mevrouw van toen. Ik herkende haar niet zo, zij was ook groter geworden. Ze vroeg me waar ik vandaan kwam. Ik had geen zin om weer voor buitenlander te worden gesleten en alle oehs en aahs die daarmee gemoeid zijn aan te horen. Ik zei dus dat ik uit Jakarta kwam. Waarop ze zei: "U lijkt sprekend op iemand uit Holland die hier vroeger kwam eten. Hij zong ook regelmatig in Tirta Sari voor het publiek daar. Ik dacht dat u dat misschien wel was". Wow! Ik was echt beroemd! :)
Rena schopte me tegen mijn benen en haar ogen zeiden dat ik maar niet verwaand moest gaan worden. Afijn, nadat ik had uitgelegd dat ik dezelfde persoon was, maar nu in Jakarta woonde, vielen we elkaar niet in de armen maar hebben nog wel een tijdje gekletst en ik heb haar geluk gewenst met het sukses dat zij heeft weten op te bouwen met haar zaak.
We stapten weer op en gingen naar Tirta Sari. We kwamen daar om 18:30u aan en hebben ons tegoed gedaan aan een lekker koel bad en daarna waren we weer even in het restaurant van Tirta Sari. Pak Adi zat daar alweer en vroeg ons naar onze wedervaren. Wij vertelden het hem en ik liet hem mijn inmiddels kreeftsrode armen zien. Hij vertelde me dat ik dus niet met korte mouwen op de motor de bergen in moest. Had hij het me maar de dag tevoren gezegd!
Ik zei tegen pak Adi dat we op Zaterdag graag naar het Moyo eiland wilden. Kon hij iemand vinden met een boot, een van de vissers misschien? Adi zou een van zijn jongens sturen om naar een boot te zoeken voor een hele dag, een vissersboot met buitenboordmotor.
Pak Adi vroeg toen of we van nasi kuning (geel gespijsde rijst) hielden. Ik zei natuurlijk volmondig JA. Lekker dong nasi kuning! Pak Adi zei dat hij dan voor ons van de warung tegenover zijn huis (hij woonde niet op Tirta Sari) in de ochtend om 7 uur nasi kuning zou meebrengen.
Pak Rudi (ze noemen me daar steeds Rudi) en nyonya Rudi mau Teh Sosro (Sosro thee in een fles) atau koppie Tropicana Slim (koffie met dieetsuiker)? Dit werd een ritueel dat al eerder was begonnen. Elke keer dat wij Pak Adi ontmoeten zou dit zo'n beetje zijn openings zin zijn. Adi had om een of andere reden een zwak voor mij, hij stond steeds klaar om iets aan te bieden. De Teh Botol Sosro, Teh Ginseng, Lipovitan en de Tropicana Slim kwamen uit zijn eigen kollektie drank die hij altijd op voorraad had. Later kwam de gewoonte erbij om ons 'savonds op bakso (vleesballen soep) te trakteren. Dit deed hij ook voor al het personeel. Kennelijk wil hij dat er mensen meegenieten van wat hijzelf lekker vindt.
De tweede Kerstdag zat er zo'n beetje op voor ons en we wilden vroeg naar bed. Rena omdat ze moe was en ik om mijn wonden te likken en in angstige afwachting van het hevige branden dat al gauw zou beginnen. Ik had echter toch nog een positief lichtpuntje, ik zou in ieder geval gekleurd in Jakarta terugkomen. De regen was inmiddels weer begonnen, vaste prik in de late namiddag. De ruisende regen buiten zorgde dat Klaas Vaak wat sneller klaar was met zijn taak.
Hier is de Video Rapportage van deze dag.
| © 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved. | write comments to: webmaster |
|