[naar Index]

Van Pare-Pare tot Nunspeet

Door: Roderick C. Wahr

Na Wereldoorlog II

Na de oorlog, eind 1945, trof mijn moeder mijn vader weer aan in Pare-Pare. Ze had van een kapitein in Lombok gehoord dat mijn vader nog in leven zou zijn en zich in Pare-Pare bevond. We waren weer herenigd.
Door de oorlogstijd en de gedwongen vlucht met mij naar Ampenan ontstond er een heel dichte band tussen mijn moeder en mij. Ik was dus haar 'Anak Mas' (lievelingskind(. Door die band wilde ze mij dan ook van alles leren. Om te beginnen leerde ik lezen toen ik 4 jaar oud was en kon het helemaal zelfstandig toen ik 5 was. Terzelfder tijd, omdat mijn vader weer bij ons was, moest ik dan ook Nederlands leren. Immers, mijn vader werkte voor de KPM, een Nederlandse maatschappij. Ik vond mijn vader aanvankelijk een enge man, hij was zo bleek (ondanks dat zijn moeder ook uit de Minahassa kwam). Verder zag hij er ook zo streng uit en was hij heel ongeduldig en had een harde stem, in tegenstelling tot mijn o-zo geduldige moeder. Daarbij kwam ook nog eens dat de taal die mijn ouders spraken, Nederlands, zo'n rare taal was. Het duurde even alvorens ik dan ook enigszins goed Nederlands kon spreken. Maar, mijn moeder, zoals gezegd, was een geduldige leermeester. In 1947 werd mijn zuster Lily in Pare-Pare geboren en kreeg dus meer aandacht dan ik.

Ik ging in Pare-Pare niet naar de lagere school, want die was er niet, of het was te slecht, een van beide. Dus ik werd door mijn moeder opgeleid. Eind 1947 werd mijn vader overgeplaatst naar Makassar. Daar ging ik voor het eerst naar een echte lagere school. Het was een Indonesische school, men sprak daar Indonesisch. Mijn moeder was echter heel slim, die liet iedereen die uit 'Holland' kwam boekjes meenemen, boekjes met van die grote letters die je makkelijk kon lezen. Zo heb ik dan uiteindelijk de Nederlandse taal beter onder de knie leren krijgen. Ik verslond die boekjes. Er stonden zoveel prachtige verhalen in, ik wilde steeds meer. Op school voelde ik mij net als de Indonesische jongens, ik deelde in al hun kattekwaad. Uiteindelijk werden wij om politieke redenen door de KPM, begin 1949, voor een jaar op verlof gestuurd naar Nederland. Mijn vader was namelijk door de KPM een jaar uitgeleend geweest aan de Indonesische overheid, op verzoek van Soekarno, om de eerste Indonesische scheepvaart mij. op te zetten. Het werd de MKSS (Maskapai Kapal Selebes Selatan). Na een jaar bekonkureerde deze firma de KPM te zwaar in Sulawesi, derhalve werd mijn vader dus 'strategisch' uit de weggeruimd door de KPM. Dit is een verhaal apart, goed voor een andere keer.

We gingen dus per boot naar Nederland, met de Johan van Oldenbarneveld of de Willem Ruys (ben 't vergeten). Een geweldige tijd aan boord; de kinderen konden zwemmen en spelen naar hartelust en de ouders konden 'savonds dansen en allerlei gokspelletjes spelen en/of op het dek lanterfanten. De tocht door het Suez kanaal was een waar evenement, evenals het aanleggen in Port Said!
Dit was voor ons allemaal de eerste keer dat wij Nederland 'live' zagen! Voor die tijd kenden wij het alleen maar van 'De Lach' uit de soos (societeit), de schoolkaart, de ansichtkaarten en van horen zeggen.
Afijn, Nederland was koud maar schoon en reuze georganiseerd (stel je voor, trams en bussen die op tijd vertrokken!), en we verbleven in Nunspeet, waar mijn ouders een klein huisje hadden gehuurd. Het was een heel nieuw tijdperk voor mij. Het duurde maar 1 jaar, maar ik had daar zoveel nieuwe indrukken opgedaan. Ik droeg schoenen, ik had een dikke jas, een soort scheve 'Kees de Jongen' pet op mijn hoofd en oorwarmers. Ik weet dit nog zo goed te herinneren want mijn vader was een fervent fotograaf, van vroeger al. We hebben dus tig-tig-tig fotos vanaf ca. 1930.

Zo! In Nunspeet leerde ik ook voetballen, ik was een soort mascotte van de kinderen daar, die mij toch zoiets als een 'alien' zagen, nog net geen E.T. Men vond het dan ook niet erg dat ik de voetbal in eigen doel schopte omdat ze me bij het wisselen niet hadden verteld dat ik nu in het andere doel moest schoppen. In Nunspeet kreeg ik weer les van mijn moeder.
Wij zijn de laatste paar maanden van ons verblijf naar Amsterdam toe gegaan, want mijn moeder moest even bevallen van mijn tweeling broers Leo en Richard. Dat ging allemaal gelukkig heel goed.

[ Timor Koepang >


© 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved.write comments to: webmaster

Top Of Page