[naar Index]

Net Geen Onthoofding maar....

Door: Roderick C. Wahr

Stukje achtergrond.

Ik werd op 5 Januari 1942 in Sumbawa Besar geboren. Op dat moment was mijn vader, Edward Jean Baptiste Wahr, Agent van de KPM in Sumbawa Besar. Mijn vader was geboren in Hong Kong uit een Zwitserse vader, E.A. Wahr, en een Minahassa moeder uit Amoerang, Isabella Walsen-Tambajong. Aangezien mijn vader in Hong Kong was geboren (1 Januari 1910) kreeg hij de Britse nationaliteit.
Op zijn 7de vertrok het gezin weer naar Batavia (mijn grootvader was mijn ingenieur en bouwde ook bruggen en spoorbanen), waar hij in Cirebon op school ging (en o.a. veel met Tjalie Robinson optrok, in diens verhalen is mijn vader 'Tikoes').


Sultan Kacharuddin´s Paleis in Dec-2003
Voor aanzicht Sultan Kacharuddin´s Paleis in Dec. 2002 toen ik er weerkeerde.

Op mijn vaders 18de was het gezin uit elkaar en woonde mijn vader alleen in Gorontalo met zijn moeder, hij was de jongste thuis. De oudere broer en 2 zussen waren getrouwd en uit huis. Dus toen is mijn vader als 'lokaal' persoon bij de KPM begonnen als kantoor jongen. Hij trouwde op 17 Augustus 1938 met mijn moeder, Wilhelmina Lefina Warokka, dochter van de Hukum Besar (Districts Hoofd) van Amoerang. Na een aantal promoties was mijn vader uiteindelijk in Sumbawa terecht gekomen, samen met mijn moeder.

Sultan Kacharuddin

Op Sumbawa Besar was mijn vader heel goed bevriend met Sultan Kacharuddin (zij waren de enigen op het eiland die een auto hadden) en mijn ouders speelden veel Bridge in het oude paleis van de sultan, een kolossaal houten gebouw op 99 palen.
Mijn vaders auto was een sportsmodel, open kap. Mijn ouders hadden er veel plezier mee en beleefden er van alles. Eens had mijn vader vanuit Batavia een claxon (toeter) laten meenemen door een kapitein. Het was er een die op een vrachtwagen hoorde. Een geweldige toeter met een heleboel trompetjes, en als ie afging klonk het: Tolodit Dot Dot - tolodi tolodi tolodi - BWWWAAAAaaaaaa! En als je 3 keer op de claxon had gedrukt dan was de accu op. Eens, vlak voordat ik geboren werd was mijn vader weer aan het showen buiten het dorp, mijn moeder zat naast hem. Toen mijn vader de claxon plotseling liet horen, schrok mijn moeder zo erg dat mijn vader pardoes met de auto in de sloot langs de weg donderde. Ik denk dat hier de verklaring ligt waarom ik af en toe anders ben dan andere mensen!
Eens in de week kwam er een schip binnen, en de rest van de tijd verbeidde mijn vader samen met de Sultan met het jagen op herten in de wouden van Sumbawa. De sultan was zeer Nederlands gezind, had een grote Nederlandse vlag op het grote voorerf van het paleis.

Toen ik was geboren was alles nog prima in Sumbawa. Echter, 3 maanden later, begin Maart, zouden de Japanners Sumbawa gaan binnenvallen.


Sultan Kacharuddin´s Paleis in Dec-2003
De Paleis entree in Dec. 2002 toen ik het bezocht.

Er waren op dat moment 2 schepen op weg naar de haven van Sumbawa Besar, en mijn vader heeft ijlings via radiotelefonie de kapiteins gewaarschuwd om direkt door te stomen naar Australie. Zo konden deze schepen ontkomen.
De Japanners waren niet blij toen zij dit vernamen en zijn mijn vader onmiddelijk gaan zoeken. Mijn vader kreeg hier lucht van en vluchtte met behulp van een aantal werknemers de bergen van Sumbawa in. Sumbawa heeft een lange bergrug met vele spelonken en grotten in de bergen.
Nu komt het (iets waar mijn vader tot op heden nog hartzeer over heeft), het was de Sultan die onmiddelijk de Japanners had ingelicht over mijn vaders daad en hen toen vertelde waar hij zich verborg in de bergen (hij was ervan op de hoogte omdat mijn vader hem vertrouwde als vriend). Deze Sultan Kacharuddin heeft het schilderij van Wilhelmina uit het paleis gegooid, de vlaggen verbrand en heulde onmiddelijk mee met de Japanners.

Mijn moeder had inmiddels ook onmiddelijk wat spullen bij elkaar geraapt, de waardevolle zaken, zilver etc. in een kuil onder de mangga boom achter het huis begraven, en is alleen met mij gevlucht naar Ampenan, een klein dorp vlakbij Mataram de hoofdstad op het eiland Lombok. Mijn moeder nam dit besluit om te voorkomen dat de Japanners haar samen met mij zouden interneren. Ik had immers een lichte huid en rood haar? In Ampenan dook mijn moeder onder en hield ons in leven door onderwijs te geven in het dorp. Bij Japanners staat een lerares in hoog aanzien en wordt met rust gelaten. Mijn moeder sprak alleen Indonesisch met mij opdat men niet zou vermoeden dat mijn vader blank was, want dan zou ik worden meegenomen en in het kamp gestopt.
Met de hulp van de Sultan hebben de Japanners binnen een week mijn vader weten te vinden in de bergen. Toen hij was gevangen genomen werd hij naar het paleis van de Sultan gebracht waar de Japanners, vlak bij de vlaggestok in het midden op het voorerf, in rijen stonden te wachten.
Het hele dorp was bij elkaar geroepen om het schouwspel te zien. Men wilde het volk laten zien dat Hollanders zouden worden gestraft voor hun slechte daden. Mijn vader moest in aanwezigheid van het gehele dorp zich uitkleden en kreeg toen alleen een lendendoek te dragen. Er werd aangekondigd dat de straf voor mijn vaders vergrijp onthoofding was. Er werd een grote cirkel van soldaten gemaakt om het plein, en het volk moest aan de hekken rondom het plein van het paleis gaan staan om van deze onthoofding getuige te zijn.


Sultan Kacharuddin´s Paleis in Dec-2003
De Paleis entree van opzij gezien.

Mijn vader werd op zijn knieen geslagen en moest zijn hoofd voorover buigen. De Japanse beul die het vonnis zou voltrekken stond naast mijn vader met opgeheven zwaard. Mijn vader vertelt altijd dat hij toen op dat moment niet meer bang was. Hij begreep dat zijn tijd op aarde ten einde was. Hij was een diep gelovig man (sedert het overlijden van mijn oudste zuster 3 jaar tevoren), en hij zei dat hij alleen maar bad dat mijn moeder met mij een goed heenkomen had gevonden. Op het moment dat de beul het kommando kreeg om het vonnis te voltrekken en het zwaard naar beneden zou komen kwam plotseling een Japanse generaal het erf van de sultan op en schreeuwde "Halt!".
Op dat moment had deze generaal besloten dat het een te snelle straf zou zijn. Hij beval dat mijn vader eerst beschaamd en ten schande zou worden gemaakt tegenover de hele bevolking.

Sumbawa is een eiland dat heel bekend is vanwegen zijn kleine, sterke, paarden. Deze dieren werden gebruikt om dokars (Deleman, dilman, dos-a-dos, bandy), personen vervoer karretjes, te trekken. Derhalve waren de straten van Sumbawa Besar altijd vol bezaaid met  paardenstront.

Totdat hij zou werden verscheept naar Tanah Toraja in Midden Celebes, naar het interneringskamp, moest mijn vader elke dag, de gehele dag door, een grobak (een vuilnis trekkar) door de straten trekken, met alleen een lendendoek om. Hij moest dan alle stront van de paarden met de handen oprapen en in de grobak gooien. Het hele dorp werd bevolen om, als mijn vader langs kwam, langs de kant van de weg te staan en toe te zien hoe deze blanke (mijn vader had een heel blanke huid) Hollander (iedereen die voor de KPM werkte was in hun ogen een Hollander) werd vernederd en het stront met zijn handen moest oprapen. Mijn vader vertelde dat zijn baard was beginnen te groeien, alsook zijn haren. Hij vertelde dat mensen wel langs de kant van de weg stonden, maar hun hoofd afwenden. Je moet namelijk weten dat mijn vader voor de oorlog in hoog aanzien stond aangezien hij veel mensen werk verschafte via de KPM. Er waren Christenen (uit het plaatselijke Ambonezen kamp) die een vergelijk maakten met Jezus Christus die langs de weg liep, alleen had mijn vader die grobak met trekarmen op zijn rug in plaats van een kruis.

E.J.B. Wahr getekend door W.G. Hofker in 1943 E.J.B. Wahr getekend in 1943 door W.G. Hofker

Later, in 1987, ben ik voor het eerst sinds 1942 weer in Sumbawa Besar gekomen. Ik ben langs het oude paleis van Sultan Kacharudding geweest, die er nu nog steeds staat. Ik ben zelfs een van mijn vaders vroegere werknemers tegengekomen, een man van 86 jaar op dat moment. Deze man bevestigde het gehele verhaal. Hij zei: "Tuan Wahr leek op Jezus zoals hij door de straten liep. Wij hadden zo'n medelijden met hem maar wij waren bang voor de Jap en konden niets doen. 'sAvonds als tuan Wahr langs de rivier sliep (waar hij werd gevangen gehouden in een kamp vlak langs het water) dan brachten wij stiekum eten als de bewaker niet keek. Overdag konden alleen soms een paar vrouwen wat water geven aan tuan."

Afijn, zo is mijn vader dan aan een onthoofding ontsnapt.
Toen hij later in Tanah Toraja zat, had hij het iets beter. Hij zat daar met een stel mede oorlogs gevangenen, maar had het voordeel dat hij bij de keuken ploeg zat en hij met het koken was belast. Dat leverde in ieder geval wat eten op. Wat niet wegneemt dat hij toch regelmatig straf kreeg als hij werd gesnaaid bij het achterover drukken van een kip. Dit betekende meestal dat hij, bloot, aan de handen werd opgehangen aan een bamboe stelsel en dan werd afgeranseld met rottan stokken. Een zo'n keer was het wat erger en werd zijn stuitbeen kapotgeslagen. Wat tot op heden (ja hoor, hij wordt straks 94, hij woont, hoewel een beetje ziekig, nu nog steeds in zijn geliefd Indonesie, in Cinere, Jakarta) nog wel pijn doet op sommige momenten, speciaal bij het zitten. *
Toen later na de oorlog, de Nederlandse Overheid een lintjesregen liet neerdalen in Indonesie, kreeg Sultan Kacharuddin er ook een. Hierover was mijn vader zo verbolgen dat, toen op aanbeveling van de KPM hem zelf daarop ook een lintje werd aangeboden, hij het direkt weigerde.

Een wel leuke bijkomstigheid van het geinterneerd zitten in Tanah Toraja; in het kamp raakte mijn vader erg bevriend met Willem Gerard Hofker, een schilder die later heel bekend werd door zijn schilderijen en tekeningen over o.a. Bali.
Deze Gerard Hofker vond dat mijn vader een karakteristieke kop had en heeft mijn vader's portret getekend met rode en zwarte potlood. Op dit moment heb ik nog steeds deze hele mooie tekening die een beeld geeft hoe mijn vader er omstreeks 1944 in het kamp uitzag....


Gelukkig hebben mijn ouders de oorlog goed weten te overleven, mijn vader in Tanah Toraja en mijn moeder in Ampenan. En in 1945 zijn wij weer herenigd.
Dus, net geen onthoofding, maar toch....

Oktober 2003

* Dit verhaal schreef ik in Oktober 2003. Op 23 December 2003 is mijn vader helaas in Cinere overleden. Ik was op dat moment reeds woonachtig in Amsterdam. Het beloofde die dag een mooie dag te worden want mijn vrouw, Rena, zou 'smorgens aankomen. Ik stond om 8:30u aan de uitgang bij Schiphol en Rena kon elk moment naar buiten komen, toen ik een telefoontje kreeg op mijn handtelefoon; het was mijn vaders verpleegster die snikkend vertelde: "Bapak telah meninggal dirumah sakit setengah jam lalu..." (Meneer is een half uur geleden in het ziekenhuis overleden). Ik heb Rena maar 3 uurtjes kunnen zien en ben die dag direkt naar Jakarta gevlogen om hem namens de familie de laatste eer te bewijzen. Hij is in Jakarta gecremeerd, zoals hij heeft verzocht. Zijn as is in zee uitgestrooid in Jakarta, net zoals mijn moeder's eerder in 1996.


© 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved.write comments to: webmaster

Top Of Page