De Minahasa geschiedenis
Door: Roderick C. Wahr
Het Begin
De Minahasa is een gebied aan de Noordkant van het eiland Sulawesi (Celebes) in Indonesie. De inwoners van de Minahasa noemen zich Kawanua, wat 'familie' betekent.
De legende verhaalt dat de aartsmoeder en vader van de Minahasa kwamen uit Monggolie. De Monggolen waren een onrustig volk die, nadat zij China waren binnengedrongen, naar andere oorden zochten. De bekendste Monggool was Ghengis Khan.
De Monggolen trokken in schepen en kwamen via de Philippijnen terecht in Noord Celebes. Dit verklaart dan ook waarom Philipijnen en de Minahassers overwegend smalle scheve ogen hebben. Ze zijn ook verder Celebes binnengedrongen tot aan Tanah Toraja in Centraal Celebes. Daar zijn de daken van traditionele woningen en gebouwen gevormd als de boeg van een schip en wijzen naar het Noorden. Men spreekt daar over hen als over de Goden die uit het Noorden kwamen.
De twee, volgens legende, die in Noord Celebes kwamen waren Toar (de man) en Lumimuut (de vrouw). Zij bivakkeerden eerst op een klein vulkanisch eilandje, Manado Tua, vlak voor het vasteland van de Minahasa tegenover Manado. Ik haal aan uit de legende:
"De moeder was heel knap. Haar naam was Lumimuut en zij was afstammeling van de goden. Haar schoonheid was adembenemend en eeuwige jeugd was haar deel. Toen haar zoon, Toar, een jonge man was geworden, verliet hij haar om de wereld te ontdekken. Lumimuut had een lange reisstaf. En toen zij van Toar afscheid nam gaf zij hem een staf van gelijke lengte als die van haar. En ze waarschuwde hem om nimmer met een familielid te trouwenm, daarom mocht hij nooit een vrouw ten huwelijk vragen die een staf had van gelijke lengte als de zijne.
Vele jaren en lange reizen later kwam de Toar terug op zijn plaats van herkomst. Hij ontmoette daar een beeldschone vrouw waar hij mee wilde trouwen. Hij herkende haar niet als zijnde zijn eigen moeder die inderdaad eeuwig jong was gebleven, terwijl zij er niet van uitging dat deze volwassen man haar zoon zou zijn. Alvorens in het huwelijk te treden, denkend aan zijn moeders wens toen hij haar verliet, legde Toar zijn staf naast die van zijn bruid om de lengte te vergelijken. Echter, omdat hij zijn staf gedurende zijn reizen intensief had gebruikt, was deze aanzienlijk gesleten en had niet dezelfde lengte meer als toen. Er was dus niets dat het huwelijk van deze voorouders van de Minahassers in de weg stond.
 | |
Het standbeeld van Toar & Lumimuut in Manado
|  |
Toen zij hun vergissing bemerkten was het te laat en verlieten zij beschaamd hun plaats van herkomst. Al reizend kwamen zij toen aan in Noord Celebes bij het eilandje Manado Tua, tegenover het vasteland bij Manado in de Minahasa.
Volgens deze mythe van De Schepping stamt de mens dus af van de vrouw, en niet, zoals bij de Christenen, van de man wiens rib was weggenomen om de vrouw te creeeren.
Het standbeeld van Toar en Lumimuut staat op een klein plein in Manado, wat tussen haakjes niet de hoofdplaats is van de Minahasa, want dat is Tondano. Manado is echter de hoofdstad van de provincie van Noord Sulawesi en domineert het Minahasa gebied wat betreft administratie en economie. De lokatie van het standbeeld van Toar en Lumimuut in het midden van Manado kan worden beschouwd als de symbolische invoeging van Manado bij de Minahasa."
Toen Toar en Lumimuut uiteindelijk aan land gingen op het vaste land, vonden zij het te heet en togen verder het binnenland in en vestigden zij zich in de bergen in Tondano, waar het koel is.
Hier brachten zij hun kinderen ter wereld en Langzamerhand bevolkten deze de regio.
De Samenvoeging (Minaesa)
Voorheen bestond de Minahasa uit verschillende culturen, gescheiden door verschillende religieen en talen. Het hoofd van de aartsvaders, met de titel van Muntu Untu, bracht omstreeks anno 670 de scheiding aan in Watu Pinabetengan (de scheidingssteen - een uitgehouwen steen aan de voet van de Soputan berg) hij hield de stammen gescheiden en zwaaide de scepter. Verdeel en heers.
De steen is bekrast met vage omtrekken van menselijke figuren. Men neemt aan dat deze krassen de overeenkomsten met betrekking tot de verdeling van het land aanduidden tussen de stammen en de politieke vereniging van de Minahasa tijdens de eerste ontmoetingen tussen de heersers.
De kinderen van Toar en Lumimuut wilden elk een eigen gebied. De legende verhaalt dat Toar elk van de kinderen een gebied liet kiezen en stenen wierp in die richtingen. Waar de stenen terecht kwamen daar kwamen de nieuwe nederzettingen: Tonsea (hij die van het water houdt), Tondano (hij die van het meer houdt), Tombatoe (hij die van stenen houdt), Tombulu (hij die van gevogelte houdt), Tombasso, Tontemboan (Tompakewa), Toulour, Tonsawang (Tonsini), Pasan (Ratahan), Ponosakan en Bantik.
Buiten deze groepen kwamen later de lokaal geboren Europeanen, genaamd Borgo. De Borgos, die in Tanawangko, Amoerang, en Kema verbleven, identificeerden zich als Tombulus, Tontemboans en Tonseas. De Borgos in Manado identificeren zich als de Manados. Volgens statistieken in 1921 waren er ca. 11.516 Borgos.
Volgens een aantal bronnen zijn er vier subculturen, t.w. Tonsea, Tombulu, Toulour en Totemboan die zich hebben verenigd (minaesa), deze worden erkend als de autochtonen van de Minahasa. Een deel van hen zijn mensen uit Zuid China en de Deutero Maleisiers, die van de Philippijnen afkomstig waren. Overige subculturen zijn groepen die op later tijdstip naar de Minahasa kwamen.
Sarcofagen, de Waruga
In de oudheid, vamaf omstreeks 1335, voordat de Christenen arriveerden, werden belangrijke stamhoofden begraven in sarcofagen, staande stenen graven. Deze sarcofagen heten Waruga. De hoogste waruga is 175cm hoog. Er bestaat een relatie tussen de hoogte van een waruga en de status van de overledene. Binnenin de steen is een groot gat gemaakt en er bovenop ligt een afsluiter. Ze plaatsten de overledene in de holle ruimte, zittend met gevouwen armen. Er kan meer dan 1 lichaam in een ruimte worden geplaatst. Reden van de zittende positie van de overledene is het geloof dat babies uit een zittende houding in de moeder's baarmoeder worden geboren. Dus zij moeten ook in deze positie de aarde verlaten.
Naast het lichaam worden ook kommen, messen, speren, geld, kralen, enz. mee begraven. Op de sarcophaag worden ornamenten aangetroffen van mensen, dieren, planten en geometrische patronen. Menselijke ornamenten zijn er zittend, staand, geboorte gevend enz. Dieren komen voor als slangen, vogels, wilde zwijnen, kippen, vogels. De ornamenten geven de reden van de dood aan, de hobby van de overledene, beroep enz.
Toen dit geloof opgang deed werden ze gevonden op erven, in tuinen en rond de dorpen waar deze stamhoofden verbleven. Er zijn nu 144 warugas bijeen gezameld in Sawangan, 25 km van Manado, genaamd Taman Purbakala Sawangan, oftewel Sawangan Tuin van de Oudste Geschiedenis. In deze warugas zijn 21 ouderen (dotu) bekend die er begraven zijn: Dotu Manampiring, Dotu Runtuwarow, Dotu Runtukahu, Dotu Maramis, Dotu Kaseger, Dotu Rorintudus, Dotu Mamarimbang, Dotu Mangdong, Dotu Wangke, Dotu Soloy Kaunang, Dotu Karamoy, Dotu Roring Pandey, Dotu Mantiri, Dotu Saidi Pongoh, Dotu Pangemanan, Dotu Peterus, Dotu Kalalo, Dotu Kalao Luntungan, Dotu Tangka Warouw, Dotu Oley en Dotu Ruruwallah.
Afstammelingen van de aarts families zijn o.a. de geslachten: Wawo Runtu, Warokka, Tambajong, Runtu Wene.
 | |
In het binnenland troont de Lokon berg.
|  |
Overheersing
De Minahasa bevolking is een aantal keren onderworpen door machten van buiten. Manado was een strategische haven vanwege de rijst overschotten uit het vulkanisch achterland van de Minahasa. Europese handelaren zeilden van en naar de specerij eilanden van de Molukken. De Spanjaarden bouwden er een fort, maar de heersers van Manado wilden van die onbehouwen en corrupte Spaanse gasten af. Ze dienden een verzoek om hulp in bij de Nederlandse VOC in Ternate. En uiteindelijk, in 1655, kregen de Nederlanders en de Minahassers de overhand. Zij bouwden hun eigen fort in 1658 en verjoegen enkele jaren later de laatste Spanjaarden. De Spanjaarden hebben zich gedurende hun verblijf veelvuldig vergrepen aan de mooie Minahasa vrouwen. Bij vele hoofdenfamilies van de Minahasa is de Spaanse bloedinslag onmiskenbaar aan te wijzen. De Castillianen hebben zich voornamelijk met de heersende klasse gemengd. Dit is nog steeds sterk waarneembaar in de arrogante en trotse gelaatstrekken bij deze stamhoofden.
De Nederlandse invloed
De Nederlanders hielpen om de taalkundige verscheidenheid in de Minahasa gebieden tot een eenheid te smeden; en in 1693 behaalden de Minahassers een beslissende overwinning op de Bolaant in het zuiden. De Nederlandse invloed bloeide toen de Minahassers de Europese goederen en hun God in hun armen sloten. Medio 1800 produceerden de verplichte beplantings verordeningen enorme oogsten goedkope koffie voor een Nederlandse Monopoly. De Minahassers leden onder deze "vooruitgang", echter economische, religieuze en sociale betrekkingen met de kolonisten versterkten zich verder.
Missionaris scholen in 1881 in Manado waren de eerste pogingen van massa onderwijs in Indonesie en diens afgestudeerden verkregen een aanzienlijke voorsprong bij het verkrijgen van posities in overheidsdiensten, militaire en andere die van belang waren.
Minahasa soldaten sloegen anti Nederlandse rebellen neer in Java en elders, wat hen de naam "andjing Belanda" (Nederlandse Honden) verwierf bij de Javaanse nationalisten. De Minahasa raakte daarna bekend als Nederlands 13e Provincie.
Lees meer over de >Minahasa Geschiedenis.
| © 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved. | write comments to: webmaster |
|