Een Moeder Ging Heen
Door: Roderick C. Wahr
Amsterdam, October 2006
Het is nu alweer bijna 10 jaar geleden dat mijn moeder op 15 October haar laatste, drieentachtigste, verjaardag vierde. Zij overleed op 12 November 1996 en dit verhaal vertelt hoe dat zo is gekomen.
|
Vooraf:
Ik kwam in 1954 uit Indonesie naar Nederland en ben, na allerlei omzwervingen in het Westen, in 1987 weer teruggegaan naar Indonesie, waar ik uiteindelijk werkzaamheden vond bij allerlei overheids- en semioverheidsinstanties in Jakarta.
In de maand Juli, in 1991, kreeg ik via een goede vriend, Eddy Tumengkol (voormalig Eerste Admiraal van Indonesie, daarna Chef Protocol voor President Suharto), een introduktie bij Peter Gontha.
Peter was een van de reuzen in de Indonesische industrie, die de rechterhand was van Bambang Trihatmodjo Suharto (zoon van President Suharto), wie op zijn beurt weer eigenaar was van Indonesie's grootste conglomeraat, Bimantara.
Een toen net rijzende ster in de zakenwereld van Indonesie, Prayogo Pangestu, de houtkoning, was al een paar jaren aan het stoeien om een Olefin's bedrijf (produktie van ethyleen en polyethyleen) op te richten. Het lukte uiteindelijk met behulp van Bambang Suharto. De investering, 2.25 miljard dollar, werd geleend in Japan. Er waren allerlei problemen, waar ik hier niet op in zal gaan, waardoor het projekt een tweetal jaar was uitgesteld, maar in Juli 1992 was het eindelijk akkoord bevonden door de MPR (Majelis Permusyawaratan Rakyat, Volksraad) en de DPR (Dewan Perwakilan Rakyat - Volksvertegenwoordiging).
Eddy Tumengkol en Peter Gontha, beiden uit de Minahasa, waren goede vrienden. Eddy was de rechterhand van Prayogo Pangestu en Peter Gontha de rechterhand van Bambang Suharto in Chandra Asri. In de hoedanigheid van CEO van Chandra Asri had Peter Gontha mij ingehuurd als hoofdadviseur voor alle ICT (mijn hoofdberoep) aangelegenheden binnen Chandra Asri. Ik resorteerde onder de finacieele direkteur, Yanssen, die een vertrouweling was van Prayogo. Yanssen had veel invloed omdat hij de financiering van Chandra Asri had rondgekregen met de Japanners. Chandra Asri zou het pronkstuk worden van Indonesie, het grootste petrochemische bedrijf aldaar. De aandeelhouders waren Prayogo Pangestu, Peter Gontha (voor Bambang Suharto) en Henri Pribadi (ook een grootindustrieel).
Yanssen en Peter Gontha lagen elkaar niet zo. Peter had namelijk het beheer en vergaf baantjes binnen Chandra Asri die Yanssen ook graag weggaf. Yanssen was dus helemaal niet blij dat Peter mij de funktie van hoofd ICT had gegeven omdat hij die eigenlijk al had beloofd aan een vriendje van hem. Peter stond echter hoger in de hiërargie, dus Yanssen moest het maar slikken.
Afijn, het moge duidelijk zijn dat Yanssen mijn aanwezigheid helemaal niet zag zitten (hij zag me als een spion van Peter), en probeerde op allerlei manieren mij het leven zuur te maken. Gelukkig had ik een direkte lijn met Peter, waardoor het Yanssen niet lukte om mij te derailleren.
Zo, dat waren dus mijn omstandigheden in die tijd.
|
 | |
Wilhelmina Lefina Warokka 1934 ( 21jr )
|  |
Het werd December 1992 en ik had allerlei problemen, zowel op werk als thuis.
Mijn echtgenote was verdwenen met medeneming van ons 3-jarig dochtertje,
en op werk wierp Yanssen allerlei hindernissen op om mijn werk te bemoeilijken zodat ik ontmoedigd de tent zou verlaten. Peter Gontha was niet altijd aanwezig om te helpen en ik voelde mij, mede door de omstandigheden thuis, beroerd.
Het zat mij behoorlijk dwars dat ik op een dag thuis kwam en zag dat het huis leeg was. Enkel mijn persoonlijke hebben en houden waren nog aanwezig. De huishoudelijke hulp kon alleen maar zeggen dat mijn echtgenote 's morgens door een huisvriend was opgehaald en vertrokken, waarheen wisten ze niet. Later bleek dat ze de stad uit was, naar Bandung.
Afijn, heel onverkwikkelijk allemaal, en heeft hier alleen maar een plaats om aan te geven dat ik het emotioneel moeilijk had. In December waren ze al 3 maanden weg.
Op mijn werk ging alles moeizaam. Er waren allerlei tegenvallers, de opbouw van het industrieterrein was niet op tijd klaar, de ontwikkeling van het ICT gebeuren had allerlei voeten in de aarde, en natuurlijk was daar ook Yanssen. Hij had het weer voor elkaar gekregen om de aflevering van computer apparatuur op te houden. Er moest eerst weer een zwaar onderzoek plaatsvinden of het allemaal wel nodig was. Kon de automatisering van de financiele administratie niet gewoon op een PCeetje? Hij mocht dan wel financieel zijn weetje weten, maar van automatisering had hij absoluut geen kroepoek gegeten!
Toen... kwam er dat telegram uit Nederland: "Rod kom direkt naar Amsterdam, mama in coma in het AMC, toestand kritiek". De wereld hield even stil. Paniek!
Ik moest direkt een plane ticket halen. Yanssen was nergens op kantoor te vinden, maar gelukkig was Peter Gontha er. Ik belde hem op zijn kantoor en mocht meteen langskomen. Op zijn kantoor vertelde ik hem wat ik wist, mijn moeder lag kritiek in het ziekenhuis in Amsterdam en lag daar in coma en ik vroeg Peter toestemming om direkt naar haar toe te mogen gaan. Peter gaf mij onmiddelijk toestemming, wenste mij sterkte, en gaf opdracht aan zijn secretaresse om een vliegticket voor mij klaar te leggen. Ik moest zelf maar zien hoe lang het nodig was dat ik weg zou blijven. Diezelfde avond nog zat ik in het vliegtuig. Yanssen had ik niet weer kunnen vinden, maar ik had zijn secretaresse op de hoogte gesteld van de stand van zaken. Fré en Iris had ik nog steeds niet weten te bereiken. Ik wist alleen dat Fré inmiddels ergens in Jakarta zat ondergedoken; men had haar gesignaleerd.
 | |
 |
Wilhelmina Lefina Wahr-Warokka 1983
|
In Amsterdam aangekomen ging ik direkt naar het AMC waar ik mijn vader en mijn broers en zus aantrof, in de ICU, aan het bed van mijn moeder. Ze hing daar aan allerlei slangetjes, verstild en met de ogen gesloten, terwijl rondom het bed allerlei apparaatjes waren aangesloten. Van mijn vader kreeg ik het relaas te horen.
Mijn vader en moeder waren 4 dagen tevoren boodschappen gaan doen in het winkelcentrum in Amsterdam Z.O. Na de boodschappen zijn ze richting hun huis opgelopen, aan de rand van de omgeving, waar ze een laagbouw huisje hadden, bestemd voor ouden van dagen. Mijn vader was 83 en mijn moeder 80 jaar oud. Mijn moeder had haar tas aan de arm, terwijl mijn vader de boodschappen in plastic zakken droeg. Beiden waren nog energiek. Ze waren niet onbemiddeld en reisden nog regelmatig samen naar het buitenland. Ze hadden een caravan op een camping in Loosdrecht, mijn moeder speelde nog regelmatig tennis tot haar 75ste en mijn vader deed nog steeds tapdansen als hij in de mood was. Op 17 Augustus 1988 hadden ze net hun 50-jarig huwelijksjubileum gevierd met het gezin. Helaas kon ik daar toen niet bij aanwezig zijn omdat ik toen al in Indonesie was.
Toen zij zo op hun gemak naar huis liepen, langs de paden die zich in die omgeving naar hun huis wentelden, hoorden zij voetstappen van achter aankomen. Mijn moeder was nergens op bedacht, toen er ineens een donkere jongeman achter haar opdoemde die met een ruk probeerde haar tas weg te trekken. Nu moet je weten dat mijn moeder altijd al op haar qui vive is als het haar tas en haar geld betreft. Zij hield dan ook haar tas stevig tegen zich aangeklemd.
De rover hield aan zijn kant die tas ook stevig beet en trapte haar tegen de grond. Mijn moeder is niet zo groot, ongeveer 1.56m lang, en moest het afleggen. Toch liet ze haar tas niet gaan, hoewel ze al tegen de grond lag.
Inmiddels had mijn vader de boodschappen laten vallen en greep die knaap beet, maar ook hij moest het tegen deze donkere jongen afleggen. De knaap trapte mijn vader tegen de benen en schopte hem ook tegen de grond. daarna beukte hij op mijn moeder in, net zo lang totdat ze met haar hoofd tegen de grond sloeg en buiten bewustzijn raakte. Toen smeerde hij 'm met de tas.
Mijn vader kon niets anders doen dan om hulp schreeuwen. Voorbijgangers vonden hen en riepen de ambulance, die hun naar het AMC brachten. Op het AMC konstateerden ze dat zij een hartinfarct had gekregen, waarbij haar linkerhersenen waren aangetast. En als klap op de vuurpijl viel zij toen in een coma waar ze niet uitkwam.(1 zie aantekening)
Toen ik in Amsterdam aankwam was het de 3de dag dat ze in coma lag. Elke dag kwam ik naar het AMC en was er geen verbetering. Na 7 dagen ontwaakte ze uit de coma. Ze had toen 10 dagen in coma gelegen. Ik ben nog een dag gebleven. Toen moest ik toch echt teruggaan naar Jakarta omdat daar weer allerlei problemen zich voordeden op het werk, waarbij mijn aanwezigheid noodzakelijk was. Ik was opgelucht dat mijn moeder uit de coma was ontwaakt en hoopte op een spoedig herstel.
In Jakarta aangekomen werd ik door Yanssen op het matje geroepen. Ik moest verklaren waarom ik langer dan een week afwezig was zonder zijn toestemming. Ik zei dat ik bij zijn secretaresse de boodschap had achtergelaten i.v.m. de coma waarin mijn moeder verkeerde, en dat ik van Peter Gontha toestemming had gekregen en, nota bene, een vliegticket had gekregen om naar Amsterdam te gaan. Yanssen werd woest. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om weg te gaan terwijl er van alles moest worden gedaan binnen Chandra Asri. En ook dat hij niets met Peter Gontha te maken had, want ik resorteerde onder Yanssen.
Ik verwees hem toen naar Peter Gontha, maar die was inmiddels in Japan op zakenreis.
Het werd erg onaangenaam, die situatie tussen Yanssen en mij. Daarnaast zat ik in mijn hoofd ook nog met de gedachte dat ik
mijn vrouw en dochtertje
ook niet kon bereiken om hen te vertellen wat er was gebeurd met mijn moeder.
Na een week kreeg ik het bericht van mijn vader door dat mijn moeder was weggezakt. Dit was veroorzaakt door de stroke die ze aan het begin had gekregen. Doordat haar linkerhersenen waren geraakt, was de rechterhelft van haar lichaam verlamd geraakt en was zij haar taalvermogen kwijt. Ze kon anderen niet meer begrijpen en kon zelf geen woorden uitbrengen. Als ze sprak dan was het koeterwaals gebrabbel. Je kunt het vergelijken met, alsof iemand tegen jou chinees spreekt, wat je niet verstaat, en je spreekt zelf russisch, wat die ander niet verstaat. De hersenen funktioneren maar je kunt de taal niet beheersen.
Oud en Nieuw kwam en ging voorbij, mijn vader's verjaardag op 1 Januari en de mijne op 5 Januari, en de berichten uit Amsterdam werden slechter. Het begin van het nieuwe jaar 1993 bracht geen verandering ten goede teweeg. Men kon haar niet meer verder helpen in het AMC, mijn moeder moest maar naar een kliniek, ze had 24/7 verzorging nodig. Mijn vader kon haar verzorging niet alleen ter hand nemen.
Mijn problemen binnen Chandra Asri stapelden zich op, elke dag in de clinch met Yanssen. Op een goede dag sprak ik Peter Gontha hierop aan. Ik vertelde hem dat ik mijn werk niet goed zou kunnen verrichten onder de omstandigheden die ik had met Yanssen. Peter stelde toen voor dat ik maar bij TriPolyta moest gaan werken, waar hij de algehele zeggenschap had. Hij moest voorzichtig aan doen met Yanssen omdat die de financiering met de Japanners had geregeld en dat moest niet in gevaar komen. TriPolyta was een groot Indonesisch petrochemisch bedrijf dat zich bezighield met de downstream produktie. Dat wil zeggen dat zij de olefin grondstoffen verwerkte tot halffabrikaat of gereed produkt. Men verwerkte dus polyethyleen. Dit bedrijf was al jaren eerder opgestart en was nu gereed om de beurs op te gaan in New York. Mijn taak zou zijn om te helpen de rapportering voor te bereiden voor Merrill Lynch, de organisatie die de IPO (beursgang) in New York zou organiseren.
Op het huiselijk front was er verandering.
Ik had mijn vrouw en dochtertje gevonden.
En ik had besloten hen in huis te nemen, hoewel mijn vrouw eigenlijk beschaamd was om weer terug te komen.
Van Peter Gontha had ik inmiddels een mooi groot huis met 4 kolossale slaapkamers gekregen in Kemang, de buurt waar alle expats (buitenlanders) woonden. Voordien had ik een groot huis in Bintaro, een ander deel van Jakarta. Dat huis stond op 1500 m2 grond en had ook 4 slaapkamers, maar die betaalde ik zelf, US$ 1200 per maand. Het huis in Kemang was US$ 2.500 en werd door TriPolyta betaald.
In Maart wilde mijn echtgenote naar Australie omdat iemand haar werk had beloofd in Indonesie, maar hij wilde haar eerst in Australie ontmoeten. Ik heb haar die kans gegeven, maar na 10 dagen kwam ze alweer terug, zoals ik al had voorspeld. Het was gewoon een vent die een kansje dacht te maken. Ze voelde zich zo terneergeslagen en op een dag ging ze logeren bij een goede vriend van mij, 'om er even uit te zijn'. 2 Weken later hoorde ik dat ze op het vliegtuig was gestapt met mijn dochtertje, terug naar Nederland. En eind '93 lagen de echtscheidingspapieren bij mij in de brievenbus.
 | |
Mama Wahr en zoon Roderick 1994
|  |
In April kreeg ik een telefoontje van mijn vader. In het kliniek had hij mijn moeder elke dag bezocht, maar zij ging hoe langer hoe meer achteruit. Ze hadden haar inmiddels verhuisd naar de afdeling voor 'opgegeven' gevallen. Men had geen tijd om haar de nodige aandacht te geven in het kliniek. Zij was dus geplaatst bij de gedementeerden. Gewoon wachten tot ze dood gaat. Mijn vader kon dat absoluut niet verdragen. Hij vertelde dat hij mijn moeder zelf regelmatig verschoonde omdat er niemand kwam op die afdeling. Hij zei dat hij het niet kon aanzien hoe mijn moeder er als een plant bij lag, zonder enig aandacht van de verplegers, want er waren te weinig verpleegsters.
Hij had haar op het laatst toch maar naar huis gehaald. Echter de kosten voor een full-time verpleging waren te hoog om persoonlijk te dragen, ondanks dat hij toch een paar heel goede pensioenen had. Mijn jongste zoon van 24 jaar, Stanley, die zonder werk zat, werd door mijn vader in huis gehaald om hem te helpen met de verzorging van mijn moeder. Zij kon niet praten en niemand begrijpen, schreeuwde het regelmatig uit van de pijnen, en kon alleen maar in een rolstoel worden verplaatst. Ze kon niet lopen en haar gehele rechter lichaamshelft was verlamd als gevolg van de hartinfarct. Ze moest als een kind worden geholpen, ze kon niets. De toiletgang, het verschonen, het wassen enz. enz., alles deed mijn vader met de hulp van mijn zoon, Stanley, zelf.
In Mei belde mijn vader op, hij was teneinde raad. "Rod, ik kan het niet aanzien hoe je moeder hier moet lijden. Kan ik in Indonesie niet een huisje vinden en daar goedkoop hulp in de huishouding en verpleging vinden?"
Het heeft me een maand gekost, maar toen had ik het voor elkaar. Een goede kennis van ons, Dokter Enny Walujan, was de hoofdarts voor KONI, de nationale Sport Vereninging in Indonesie. Zij heeft de medische leiding over alle sportbeoefenaars van Indonesie. Dokter Enny is een pracht vrouw. Toen ze van mij hoorde hoe het met mijn moeder was gesteld, ging zij druk aan de slag. We vonden een leuk huisje, met 3 slaapkamers, vlak in de buurt van dokter Enny's huis, omgerekend in huidige Euros ca. € 6000 voor 3 jaar. Dokter Enny had dit huis uitgezocht omdat het vlakbij haar huis was en ze mijn moeder dagelijks zou kunnen begeleiden. Ze wilde absoluut niets van kosten weten. Zelfs de medicijnen regelde zij via KONI.
|
Aantekening: We leerden Dr. Enny in 1987 kennen omdat destijds mijn neef, Willy Warokka, de voorzitter was van de Indonesische Tafeltennis vereniging en ook voorzitter van de Worstel Federatie van Indonesie. Willy was de zoon van mijn moeders zus, en Dokter Enny kwam, evenals mijn moeder, ook uit de Minahasa.
|
In Juli had mijn vader het voor elkaar dat hij mijn moeder, met goedkeuring van de arts, naar Indonesie mocht brengen (met dispensatie). Hij nam mijn zoon, Stanley, mee om hem te helpen bij het vervoeren van mijn moeder en voor de allereerste verzorging in Jakarta.
Mijn ouders hebben van 1974 tot 1984 in Allicante, Spanje, gewoond in een bungalow dat ze daar hadden gekocht. Daar hebben ze ook allerlei Spaans meubilair aangeschaft waar mijn moeder inmiddels aan gehecht was geraakt. Vóór zijn vertrek had mijn vader al hun meubilair laten inpakken en per boot laten verschepen naar Jakarta. Hij wilde dat mijn moeder zich in een vertrouwde omgeving zou wanen. Mijn vader had ook al een rolstoel en een hospitaalbed aangeschaft in Amsterdam en die mee laten verschepen.
In de eerste paar dagen had mijn vader de rij gegadigden voor hulp in de huishouding en verpleging in huis geinterviewed en 2 hulpen in de huishouding en 2 verpleegsters geselecteerd. De kosten vielen mee. De verpleegsters en hulpen kregen gezamenlijk ca. € 750 (omgerekend) aan salaris, naast kost en inwoning in huis. Toen de meubels aankwamen werd het huis volledig ingericht. Inmiddels was dokter Enny begonnen met het onderzoeken van mijn moeder en had zij de benodigde medicijnen voorbereid. Ook had Enny afspraken gemaakt met het ziekenhuis vlakbij, opdat bij het minste geringste mijn moeder zou kunnen worden opgnomen.
Toen mijn moeder in Jakarta aankwam was zij inderdaad als een plant. Zij staarde alleen maar recht vooruit uit haar holle ogen. Haar vroeger gezond bolle wangen waren slap en ingedeukt. Haar rechtermondhoek hing omlaag, net zoals haar rechterooghoek. De spieren hadden het opgegeven. Als ze al iets uitte dan was het om te schreeuwen, het uitschreeuwen van de pijnen die ze had. Twee maal per dag had ze haar schreeuwuurtje, in de ochtend en 'savonds omstreeks 18:00u. Mijn vader had geweldige hulpen en verpleegsters uitgezocht. Ze vertroetelden mijn moeder 24/7, zonder af te laten. Ze waren haar nooit beu. Al krijste mijn moeder soms tegen hen (in haar pijnen), steeds bleven ze even zorgzaam. Zo ook mijn vader, die 24 uur per dag eveneens voor haar klaarstond.
Een Indonesische bezoeker van het ziekenhuis, waar mijn vader regelmatig langs ging voor kontrole, zei eens tegen mijn vader: "Meneer, waarom besteedt u zoveel tijd aan deze vrouw, zij is toch Indonesisch?" (mijn vader had een heel blanke huid). Mijn vader keek hem aan en zei: "Zij is toch mijn vrouw, weet u dat ik al meer dan 50 jaar met haar getrouwd ben en zij heeft mij in al die tijd ook steeds bijgestaan.", waarop de man zei: "Tuan, saya angkat topi. Orang Indonesia pun belum tentu akan lakukan begini." (Meneer, ik neem mijn hoed voor u af. Zelfs een Indonesier zou misschien niet eens doen wat u doet.").
Na een verblijf van 6 maanden in Indonesie was mijn moeder, met al die aandacht om haar heen, zover opgebloeid dat ze kon zingen, kinderliedjes weliswaar. Ze kon niet praten, maar kon wel kinderliedjes zingen. Ze begreep wat je bedoelde, al kon ze niet begrijpen wat je zei. Voor mij en voor mijn vader was het een genot om te zien hoe ze opleefde. Elke dag werd ze door de verpleegsters of door de hulpen en mijn vader rondgebracht in haar rolstoel. Hun huis, in Cinere, Zuid Jakarta, stond in een rustige omgeving en de wandelingen die we ondernamen waren gezellig, geen verkeer en veel groen om ons heen. Mijn vader kocht een grote Japanse personenauto, tweedehands, zodat hij met mijn moeder en de verpleegsters kon toeren, de rolstoel in de achterbak. Mijn moeder ging ook mee de restaurants in. Waar we kwamen kregen we altijd de belangstelling van voorbijangers. Men kwam altijd even een praatje maken met oma. Zo noemt men een ouder persoon, al kent men die niet. Men zag altijd al dat er iets met haar was en dat zij alleen kon brabbelen, maar toch kwam men met haar praten alsof ze gewoon helemaal mondig was. Kijk, zo zijn ze nou in Indonesie, men leeft ontzettend met je mee.
Stanley ging na een paar maanden Indonesie weer terug naar Amsterdam. In Jakarta ging ons leven gewoon verder.
We vierden elke 15 October mijn moeders verjaardag. In 1995 waren er zelfs 5 kinderen en kleinkinderen op haar verjaardag op bezoek uit Nederland. Altijd waren er wel Indonesische familieleden en kennissen bij ons op bezoek. Het was als de zoete inval. We hadden dan veel plezier. Ik had inmiddels Christy (oorspronkelijke naam Wiwin), die tijdens mijn huwelijk een speelgenoot en oppas was voor mijn dochtertje, als pleegdochter aangenomen. Christy was in 1994 15 jaar oud. Die kwam altijd mijn moeder om de hals vallen als ze van school kwam: "Halo oma manis, apa kabar? Oma baik-baik saja?" (Hallo lieve oma, hoe gaat het? Gaat het goed met oma?), en dan glimlachte mijn moeder breeduit, hield haar hoofd schuin opzij, legde haar linkerhand met de wijsvinger omhoog tegen haar linkerwang en cocqueteerde zo alsof ze nog een jonge meid was, een blik in haar ogen vanL 'ben ik beeldig?'.
En telkens moest ik denken aan de spreuk die in een grote boog stond van het hek voor het huis van mijn ouders in Allicante, "Luctor et Emergo". Dat was mijn moeders spreuk en die had ze laten plaatsen in de boog boven het gietijzeren hek dat de entree was tot de oprit.
Ook in Jakarta was zij haar spreuk nagekomen, 'Ik worstel en kom boven'.
 | |
 |
Mama Wahr en Papa Wahr 1995
|
Na een opbloei van 3 jaar ging het ineens snel bergafwaarts met mijn moeder. Begin November 1996 verhevigden zich haar pijnen. Dokter Enny kon alleen nog maar helpen met pijnstillers. Toen, op Vrijdag 8 November 1996 'savonds, 3 weken na haar verjaardag, moest zij in het ziekenhuis worden opgenomen. Haar toestand was kritiek en haar pijnen vreselijk. Mijn vader en ik konden haar gekrijs van pijn niet meer aanhoren, het drong door merg en been. Ik had het gevoel alsof iemand bezig was mijn benen af te zagen, zo'n pijn deed het mij inwendig.
Ik stuurde direkt een email naar mijn broers en zus in Nederland om hen op de hoogte te stellen van de nieuwe ernstige ontwikkelingen. Ik zei dat dit misschien wel de laatste gang zou zijn naar het ziekenhuis. Prompt kreeg ik bericht terug. Mijn zus, Lily, schreef dat ze aan het inpakken was. Iedereen in de familie had geld bij elkaar gelegd en een vliegticket gekocht. Lily moest iedereen uit Nederland vertegenwoordigen en zou zo spoedig mogelijk per eerstvolgende beschikbare vlucht overkomen.
Zaterdag en Zondag werd de toestand slechter. Mijn vader en ik waren dag en nacht in het ziekenhuis aanwezig en losten elkaar af. Familieleden uit Jakarta kwamen af en aan. Mijn moeder was bij iedereen zeer geliefd omdat ze zo'n lief karakter had en altijd wijs en fair was. Op Maandag belde Lily op om te zeggen dat ze op het punt stond om te vertrekken uit Amsterdam en op Dinsdag 12 November in de vroege avond zou ze in Jakarta aankomen.
Die maandagavond kwam er weinig van slapen terecht. Mijn vader en ik waren de wanhoop nabij. Mijn moeder schreeuwde en huilde bijna constant. We hadden zo'n medelijden met haar, ze had zo'n pijn en we konden niets voor haar doen. De doktoren zeiden dat de pijnstillers niet meer hielpen, ze was er al aan gewend geraakt, het werkte niet meer. Dokter Enny, kwam ook langs bij nacht en ontij. Ook zij kon niets meer doen. Er werd voorgesteld om mijn moeder te doen inslapen, men kon toch niets meer doen, en de pijnen zouden alleen heviger worden. Mijn vader en ik dorsten die beslissing niet te nemen, we waren bang dat we de verkeerde beslissing zouden nemen.
Dinsdag 12 November 15:00u, Lily was er nog niet en mijn moeder werd hoe langer hoe zwakker. Ze lag aan de zuurstofapparaten, het was schemerig in de kamer waar ze lag. Er waren een paar familieleden op bezoek, ze kwamen om de beurten binnen. Iedereen had tranen in de ogen. Mijn moeder lag er met zweetdruppels op haar gezicht, haar stem was al schor van het schreeuwen, ze kon alleen maar hees piepen. Mijn vader had de nacht tevoren niet geslapen, en ik had maar eventjes mijn ogen dicht gedaan.
Het was 18:00u, mijn vader riep steeds: "Mien, ik ben bij je hoor, laat maar gaan, helemaal niet erg hoor, je hoeft niet voor ons te blijven vasthouden, laat maar gaan, laat maar gaan....". Het hielp niets. Mijn moeder bleef zich aan de laaste draadjes vasthouden. De dokter riep mij terzijde en zei: "Haar pijnen zijn verergerd, we kunnen haar beter verlossen van de pijn." Ik dorst het niet, ik dorst die beslissing nog steeds niet te nemen, al stond ik op het punt om toe te stemmen. Mijn moeder leed zo vreselijk.
Buiten stond Christy voor het ziekenhuis te wachten. Zij en nog een paar anderen stonden daar om Lily op te wachten zodra ze aankwam van het vliegveld. We hadden Lily al doorgegeven dat mama in het ziekenhuis lag, en zij wist waar het was. Christy en de anderen stonden er om haar zo snel mogelijk naar de kamer te brengen. Het Puri Cinere ziekenhuis was groot, en we waren bang dat Lily niet zou weten op welke kamer mijn moeder lag.
Om 19:45u reed de taxi met Lily voor het ziekenhuis. Ze werd ijlings naar de kamer gebracht waar we bij mama wachtten. Mijn moeder kon nauwelijks kijken, haar ogen waren gesloten in een van pijn scheef getrokken gezicht, toen haar enige dochter, Lily, aan haar bed verscheen.
Lily kuste mijn moeder. Wij hebben toen met zijn allen om het bed gestaan. Mijn moeders ogen waren tot kleine spleetjes geopend, de pijn was diep gebeiteld in haar gezicht, ik zal dat nooit vergeten. De dokter kwam weer langs, mijn moeder huilde, van de pijn? Van liefde voor ons? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat mijn vader als een kleine jongen hardop huilde, en Lily ook, en ook de andere familieleden die om ons heen stonden. In de ogen van mijn moeder las ik haar hevige pijnen, en toen de dokter mij weer opzij riep heb ik met mijn vader overlegd. Ik zei dat mama al genoeg had geleden. Om 20:49u lieten we de zuurstofapparaten stilleggen.
Het was voorbij, en een mooie, lieve vrouw was van ons heengegaan.
Het is nu allemaal weer een tijd geleden, maar nog bijna elke dag denk ik aan mijn moeder terug. Een vrouw waarvan wij allemaal zoveel hebben geleerd en aan te danken hebben. En telkens, op 15 Oktober, haar verjaardag, brand ik in mijn hart een kaarsje voor haar.
Een gedicht dat ik in 2003 opdroeg ter nagedachtenis van haar overlijden:
Wilhelmina Lefina Wahr-Warokka
1913, je was klein en zo jong,
je omgeving had schoonheid
Je was blijheid,
en je lach schalde door de
kebun
Je haar een losse kondeh,
je hoed een rieten mand met gewassen
Ngana pe body poco-poco deed mannen dromen
van volle maan en wuivende terassen
Lokon's top in de verte,
je stem als klaterend water
Ik geniet van dit aanblik
en bewaar het voor later
1937, stappen in de schemer,
schaduwen en schimmen
Enkel zacht gefluister,
een vogel spreidt de vleugels
De ruisende bladeren verhalen
daar ginder is een brug
Een prinses blikt om in het duister
als een hinde op de vlucht
Een blanke hand reikt uit
en grijpt de ranke fee
Twee vluchtige gedaanten,
op weg naar een schip op de ree
1938, je bent sierlijk,
je bent mooi en o zo lief
Hij nam je hand
en je liet je door hem leiden
We gaan naar Surabaya,
kom mee mijn lief, mijn Wilhelmina
Die vreemde man liep met je weg
ver van
Manado Tua
De teerling is geworpen
je keuze is bepaald
Nona Kawanua, anak hukum besar Warokka
je naam is nu Wahr
1942, soldaten,
senjatas,
en
iet-niet-san-sie-goro
rijen marcherende laarzen,
stoffige wegen en
Ampenan
Nu slechts
guru sekolah,
anak rambut merah in de selendang
Vastberaden bruine ogen
in een jong gelaat zeggen: Ik ben niet bang
Sjjjst, ngana pe papa so nyanda lagi jo,
jangan biking susah mama
De jonge moeder omhelst de kleine,
jangan takut jo, ada mama
1945, sterker, en in volle schoonheid,
net als de Phoenix uit as verrezen
liep een jonge vrouw
met kleuter langs de haven
Kapitein, weet u ook iets
van een blonde man, u kent hem vast
de naam is Wahr,
door de Jappen verscheept naar Celebes.
Pare-pare was de plaats
waar wij opnieuw begonnen en drie werd vier
De prinses gerijpt, de blanke gelooid,
een krachtige fundament ontstond toen hier
1965 Prinses werd koningin,
je wijsheid was de schat die je verdeelde
Telkens als er werd geroepen:
Mama waarom zijn wij anders
Dan had je reeds je antwoord klaar:
want jij bent Oost en West
Je ben sterker, je bent mooier,
je bent van ons, je bent de best.
Oma waarom ben jij zo lief,
een vraag zo vaak door ons gehoord;
Want ik ben jouw oma en ik heb je lief,
je bent mijn schat da's op mijn woord
1996, vele jaren later, vier is inmiddels vele
en generaties zijn nu vier
Wij kinderen van een eenheid
die verboden was te bloeien
Wij kijken nu omhoog en denken vaak
aan ons voorbeeld van lang gelee
Soms voelen wij ons verloren
maar denken dan aan wat zij altijd zei
Om te slagen moet je durven,
om te durven moet je doen, and never say die
Luctor et Emergo, dat heeft ons steeds gered,
mama ngana pe anak wants to cry
Mama, oma, grootmama we denken vaak aan jou,
al je kinderen en
cucu's
15-10-2003
Roderick
|
|
Aantekening:
(1) Dit was het relaas zoals ik dit van mijn vader vernam. Ik hoorde uit een andere bron dat mijn moeder eerst nog een week had thuis gelegen waar zij haar beroerte kreeg, waarna zij naar het AMC werd overgeplaatst.
Lees hier over mijn moeders jeugd en hoe mijn ouders elkaar ontmoetten.
| © 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved. | write comments to: webmaster |
|