Bali
Door: Roderick C. Wahr
Weer een nieuwe omgeving
De precieze reden waarom wij naar Bali moesten wist ik niet. Maar ineens, zo maar, moesten wij naar Singaradja, Noord Bali. Voor mij was Bali toen alleen maar nog een eiland waar we zouden gaan wonen. We hadden ons huis in Singaradja en de haven was in Buleleng. In die tijd was de hoofdhaven van Bali in Buleleng.
Wij zouden precies 6 maanden in Bali verblijven. En ik heb in die tijd Bali leren waarderen voor latere jaren.
Ons huis stond dus in Singaradja, aan de hoofdweg door de stad. Het was een brede weg, eerder een laan. Ons huis was een mooi vrijstaand huis met een kolossale tuin rondom. (In 1987 heb ik het teruggevonden, het is nu een overheidskantoor).
In de tuin aan de voorkant bevond zich een reusachtige, oude, waringinboom. Deze waringinboom had een doorsnee van wel 4 meter. De lianen (luchtwortels) slierden dun en dik van het topje van de boom tot aan het gras beneden.
In Indonesie wordt de waringinboom over het algemeen als een heilige boom beschouwd, een woonplaats voor geesten. In de ene plaats wat meer of minder dan de andere. In Bali is het beslist een heilige boom.
Om deze reden troffen wij, ondanks dat de boom helemaal in onze afgebakende tuin stond, regelmatig de typisch Balinese gebeds offerandes aan, onderaan, en in deze waringinboom.
Vanwege de gevoeligheid voor deze boom bij de bevolking mochten wij als kinderen er nooit in klimmen (hoewel het klimmen bij mij toch wel in al mijn botten zat).
Achter ons huis hadden wij een tuin van ca. 40 meter diep, met achteraan de verblijven voor onze Riwu, Annus en Lina (achter ons huis hadden wij ook slaapverblijven voor hen) die uiteraard met ons meegingen op al onze verdere reizen in Indonesie.
Langs de ene zijkant van het huis liep een smal pad, als scheiding met de buren, van de hoofdweg naar ver achter ons huis waar zich een bamboe woud bevond waar een riviertje tussendoor liep van de heuvels naar de zee.
Langs de weg, twee huizen verder bevond zich een groot herenhuis waar de familie Koop woonde. Ik dacht dat hij dokter was. Maar ik herinner me nog heel goed hun dochter, Corrie, die 2 jaar ouder was dan ik en die later vaak bij ons thuis kwam spelen.
Ik had altijd gedacht dat de familie Koop Nederlanders waren. In 1987 bij mijn herbezoek aan Singaradja hoorde ik dat zij Belgen waren. Het bleek toen dat zij later genaturaliseerd Indonesier zijn geworden (niet meer ontmoet).
De haven zelf was in Buleleng, een kleine voorstad van Singaradja. Ik ben wel vaak in Buleleng geweest maar heb daar nooit iets echt bizonders gedaan.
In Bali ging ik niet naar school. Mijn moeder gaf mij iedere dag thuis onderricht uit taal, reken, geschiedenis en aardrijkskunde boekjes die zij uit Nederland had laten meebrengen. Er was geen ontkomen aan. Ik probeerde natuurlijk op allerlei manieren om er onderuit te komen. Ik had zelfs op een keer ontdekt waar mijn moeder de antwoorden boekjes had gestopt. Een korte tijd had ik dan ook 10-nen voor rekenen en taal, maar helaas was ook dit maar van korte duur (mama werd achterdochtig) en kon ik weer een paar dagen extra lang thuisblijven om te leren.
Op een goed moment ontdekte mijn moeder mijn zwakke plek. Leesboeken. Zij had stapels boeken uit Nederland laten meebrengen: een hele serie Puk en Muk boeken, een serie Bulletje en Bonestaak, Daan Sonderland, Sprookjes van Grim, Sprookjes van Andersen, La Fontaine, de gehele serie 1001 Nacht...
En telkens als ik goede leercijfers had dan verscheen er ineens een nieuw boek op mijn tafel. Soms kreeg ik ook Engelse boeken. Deze liet zij door KPM kapiteins uit Australie meebrengen. Er is een boek dat mijn leven ook een belangrijke richting gaf. Het was een Engels boek waar mooie plaatjes in stonden en op het eerste blad zag je holbewoners die 'snachts naar de sterren keken. Zij vroegen zich af wat die sterren nou eigenlijk waren. De plaatjes waren zo fascinerend dat ik op die manier Engels heb geleerd, met alleen maar een woordenboek en af en toe een vraag aan mijn ouders. Dit boek heeft mij geduwd in de richting van wetenschap, electronica, astronomie, astrologie, ruimtevaart enz.
Leo en Richard, ons in Amsterdam geboren tweeling, waren ongeveer tweeeneenhalf jaar oud. Ze konden nauwelijk de Nederlandse of de Indonesische taal spreken. Ze waren ook laat met lopen. Maar onder elkaar hadden ze een eigen taaltje ontwikkeld. Ze waren een 1-eiige tweeling. Dus praktisch identiek in uiterlijk en doen en laten. Als ze met elkaar communiceerden dan ging het zoiets als:
Leo: "akatoepoe lapaka njumnjum sjabilabi."
Richard: "misjidjubi toepitoepi lapoetampa likoelikoe."
Beiden: "Hahahaha... hahahaaa... haahaha.."
Ze hadden altijd een ongelofelijke lol met elkaar, en wij begrepen helemaal niet waar ze het over hadden.
Aan de andere kant van het pad langs ons huis, tussen ons huis en het huis van de familie Koop, was een klein bescheiden achteraf huisje. In dat huis woonde een gezin uit Ambon. Wij kenden ze niet en spraken zelden met elkaar. We zagen ze alleen af en toe het huis uitgaan voor boodschappen of om naar werk te gaan. Het was een heel eenvoudig gezin.
Op een goed moment ontdekten mijn ouders dat er regelmatig eten uit de koelkast verdween. Ze konden zich maar niet voorstellen dat Riwu, Annus of Lina eten zouden stelen. Na enige tijd hielden mijn ouders het niet meer en mijn vader besloot om 'savonds stilletjes de wacht te houden. Hij zat in het donker op de grond en heeft de nacht wakend doorgebracht. Op een gegeven moment, omstreeks 4 uur 'smorgens, hoorde hij geschuifel en gepiep. Heel, heel stilletjes keek hij om de hoek de eetkamer binnen waar de koelkast stond. Hij zag niemand. Nog meer geschuifel, zachte stemmen. Hij keek wat verder in de eetkamer. Er stond niemand. Toen zag hij ineens donkere schaduwen over de vloer schuifelen. Zijn ogen priemden door het donker toen ineens de koelkast openging en de lamp daarbinnen naar buiten straalde.
Voor de koelkast, op de grond zaten Leo en Richard, die uit hun bed waren gekropen, de eetkamer in, naar de koelkast gekropen en de deur opengemaakt. Daar zaten ze. Mijn vader heeft onmiddelijk stilletjes mijn moeder wakker gemaakt, die op haar beurt mij wakker maakte om dit eens te komen zien.
Richard en Leo haalden keurig allerlei eetbare zaken uit de koelkast, en al kakelend met elkaar in hun koeterwaals aten zij op wat ze eruit haalden. Wij stonden stilletjes toe te kijken. Dit waren nu onze spoken.
Na de maaltijd deden ze de koelkast dicht en kropen al koeterwalend naar de achterdeur, openden die en kropen even vlot door de achtertuin, over het pad naast het huis, zo de tuin van onze onbekende Ambonese buren binnen. Even later ging de deur bij de buren open en verdween het tweetal naar binnen.
Dit werd te gek! Mijn ouders en ik liepen naar het huis van die buren en klopten op de deur aan. We werden binnengelaten en... aan de eettafel van de buren zat het hele gezinnetje te ontbijten en Leo en Richard zater ook op stoeltjes aan tafel alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Het bleek toen dat Leo en Richard dit al een paar weken deden, en de Ambonese familie hadden enorme schik met die twee.
Zo hebben wij onze naaste buren dan ook beter leren kennen.
(wordt vervolgd)
| © 2001-2006 by Roderick C. Wahr. All rights reserved. | write comments to: webmaster |
|